In onze westerse maatschappij hebben wij de keuze gemaakt om er wel te willen zijn, met alles wat erbij hoort. Wij doen het niet altijd zo, maar wij stellen ons niet de vraag welke weg het beste is. Het is de meest natuurlijke weg, want wij zijn sociale wezens en wij leven in een groot tijdsveld, dat heden, verleden en toekomst omvat. Het is ook een spirituele weg. De profeten in het oude Israël en Jezus Christus hebben gekozen om op een radicale manier 'er te zijn'. Zij relateren zich op de God, die genoemd wordt: Jahwhe, Ik ben die ik ben.
In het Boeddhisme wordt er met maximale duidelijkheid gekozen om 'er niet te zijn'. Dat heeft zijn reden, en die redenen zouden wij moeten kennen om tot een bewuste persoonlijke keuze te komen.
Boeddha heeft scherp gezien dat als een mens mee wil doen met wat 'men' wil en doet, en als hij onder de mensen zijn plek wil innemen en zich bezig houdt met verleden en toekomst, dat hij daardoor een radertje wordt in een groot geheel. Dat niet jij het grote geheel bepaalt, maar dat het grote geheel jou bepaalt; van binnen en van buiten, in je gedachtes en gevoelens. Dat leven, zegt Boeddha, is lijden. Dat lijden is eindeloos en zonder uitzicht. Een mens wordt een gevangene van het bestaan. Hij probeert het onmogelijke en hij droomt van macht, genot en geld om zichzelf te troosten. Er is maar één weg: stoppen met deze onderneming, trek je terug uit het leven en uit de verbanden, wil niet alles zien en meemaken, stop met je poging om er te zijn. Laat het bestaan vallen, probeer niet iemand te zijn. Wees niemand, laat het leven aan je voorbijgaan en geniet de heerlijkheid van een onbelast en leeg bewustzijn, van een aanwezigheid zonder inhoud en daarom zonder lijden.